Cultuurlandschap en de daarbij behorende
landschapselementen zoals heggen en houtwallen bepalen voor een
groot deel de uniciteit van ons landschap en zijn zeer belangrijke
voor de biodiversiteit. Landschapselementen vereisen duurzaam landschapsbeheer
als we deze willen behouden voor toekomstige generaties. Stichting
De Landschapswacht zet zich dan ook in voor een grootscheeps herstel
van de vervallen kavelgrenzen en kleinschalige landschapselementen,
zoals heggen en houtwallen. Essentieel hierbij is dat er een aaneengeschakeld
en gesloten netwerk van landschapselementen ontstaat en er duurzaam
landschapsbeheer wordt uitgevoerd. Dit streven is onmisbaar voor
het welzijn van de mens en van de flora en de fauna (biodiversiteit).

Klik op de afbeelding
om het spotje te bekijken
Een goed beheer van cultuurhistorische landschapselementen betekent
dat de kwaliteit en conditie van de landschapselementen stelselmatig
en op een systematische wijze worden gemanaged, teneinde de duurzaamheid
ervan te maximaliseren. Het in stand houden van historische landschapselementen
vergt dan ook continue aandacht en het regelmatig verjongen van
de landschapselementen speelt hierbij een cruciale rol. Hiervoor
is wel een marktconforme en duurzame vergoeding noodzakelijk (subsidiestelsel
Natuur- en Landschapsbeheer). Particulier agrarisch natuurbeheer,
het Landschapsmanifest en het Akkoord van Apeldoorn spelen hierbij
een cruciale rol.
Stichting De Landschapswacht maakt deel uit van Vereniging Nederlands
Cultuurlandschap, een onafhankelijke vereniging van zoveel mogelijk
betrokken leden, die zich realiseert dat samenwerking nodig is bij
de uitvoering van haar missie.
Fasegewijs wordt de missie uitgevoerd:
- fase 1
- De Landschapswacht inspecteert de museale cultuurlandschappen
die in handen zijn van natuurorganisaties. En als een landschap
verwaarloosd blijkt te worden, worden landschappen jaarlijks geschouwd.
Het bestuur en de beheerders van de betrokken organisatie worden
gewezen op hun verantwoordelijkheid. Ook de Vaste Kamercommissie
voor Natuurbeheer wordt geïnformeerd. Als de organisatie
dan nog in gebreke blijft, zal de Landschapswacht ingrijpen door
de meest noodzakelijke beheersingrepen zelf uit te voeren, om
verdere teloorgang van zo’n landschap te voorkomen. En de
media zullen erover worden ingelicht. Zulke noodmaatregelen kunnen
bestaan uit snoeiwerkzaamheden, tegen ‘uitscheuring’
door stormschade aan monumentale bomen, of het inrasteren van
landschapselementen om overbegrazing en vraatschade te voorkomen.
Ook het weer inplanten van gehavende landschapselementen behoort
hiertoe. Dit alles gebeurt om het cultuurhistorisch beheer door
de bezittende natuurorganisatie zelf te stimuleren.
- fase 2
- De benadering van particuliere landgoedeigenaren is een andere.
Zij hebben niet als primaire taak het beheer van cultureel erfgoed.
Aan hen zal eenmalig gratis onderhoud worden aangeboden. Daarbij
wordt gewezen op de mogelijke subsidies en de hulp die stichtingen
voor vrijwillig landschapsbeheer bij verder onderhoud kunnen bieden.
Er zal worden gerapporteerd aan de lokale overheden, het ministerie
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Vaste Kamercommissie.
De rapportage gaat ook in op de oorzaken van het achterstallig
onderhoud.
- fase 3
Tijdens fase 3 worden, in vervolg op fase 2, ook landschapselementen
bij particulieren hersteld. Ditmaal richt de Landschapswacht zich
specifiek op de twaalf provincies, die veel landschapstaken hebben
overgenomen van het rijk. Er staan zestig restauraties op het
programma. Uiteindelijk zal aan de verantwoordelijke instanties/overheden
worden gerapporteerd. Die rapportage zal inzichtelijk maken en
wat de werkelijke kosten zijn die gemaakt moeten worden om dat
wat ons nog aan landschapselementen in het agrarisch gebied rest,
te redden van een roemloos einde – geld dat overheden die
verantwoordelijk zijn voor het erfgoed vooralsnog verzuimen op
tafel te leggen.
|